CONTEXTBLINDHEID

We worden verondersteld om voortdurend betekenis te geven aan allerhande situaties. Dit lijkt iets vanzelfsprekend, maar dit is het niet voor iedereen. Zo ook voor kinderen met autisme is het niet eenvoudig om de samenhang te vinden in alle informatie die we nodig hebben om een betekenisvol geheel te vormen. Hierdoor ervaren ze de wereld als chaotisch, wat het leven voor hen onvoorspelbaar maakt.

We beleven gedurende de hele dag allerhande situaties en gebeurtenissen. Om die juist te kunnen interpreteren hebben we de context nodig. De context is een combinatie van details (prikkels) die op een bepaald ogenblik in de tijd samenvallen. Een detail of losstaande gebeurtenis heeft namelijk pas betekenis in relatie met zijn context. Zonder context kan één en dezelfde situatie of woord verschillende betekenissen hebben (bv. een bank is een financiële instelling of een meubel).

Als we rekening houden met de context kunnen we in een situatie makkelijk de samenhang vinden in alle informatie die op ons afkomt. Dit is een proces dat bij mensen zonder autisme geen energie vraagt en automatisch verloopt. Elke situatie kan veel verschillende beelden of interpretaties oproepen en ieder van ons haalt zijn eigen beeld naar boven. We doen dat met andere achtergrond, scholing, cultuur, smaak, belang of omdat we een andere gevoeligheid hebben.

Situaties en gebeurtenissen interpreteren vraagt van ons een groot observatie- en aanpassingsvermogen en het vermogen om de samenhang te zien. We moeten vaak snel oordelen om te kunnen reageren. In een winkel schatten we onbewust in wat de mensen rondom ons zullen doen. Zelf zullen we vertragen, versnellen, stoppen, naar links of naar rechts gaan. Als we dat niet doen lopen we tegen een voorbijganger. Tijdens het winkelen doen we dat misschien wel duizend keer en we zijn ons daar meestal niet van bewust. We gaan niet alle details analyseren, erover nadenken en vervolgens reageren.

 

Mensen met autisme hebben het erg moeilijk om betekenis te verlenen aan een context. Voor hen zijn de verschillen tussen hoofd- en bijzaken niet zo duidelijk. Mensen met autisme zien eerder de details en pas daarna het geheel. Het duurt bij hen langer om al deze afzonderlijke details bij elkaar en in de context te plaatsen en hiervan een betekenisvol geheel te maken.

Een gevolg hiervan is dat kinderen met autisme het moeilijker hebben met generaliseren. Generalisatie is het vermogen om wat je in een bepaalde situatie geleerd hebt ook in een andere, gelijkaardige situatie toe te passen. Bij kinderen met autisme verloopt dit moeilijker omdat ze minder zicht hebben op de samenhang tussen situaties. Hiervoor moet het gemeenschappelijke aan situaties immers op de voorgrond staan terwijl kinderen met autisme door hun detailgerichtheid zich vaak eerder focussen op de verschillen. De details staan voor hen meer op de voorgrond dan het totaalplaatje.

Dit verklaart ook waarom kinderen met autisme vaardigheden die ze thuis leren niet altijd op school toepassen of omgekeerd. Wat ze geleerd hebben linken ze aan de concrete omstandigheden van dat moment. Als ze bijvoorbeeld thuis naar het toilet leren gaan, zijn de omstandigheden waarin ze op school naar het toilet gaan verschillend. De samenhang, dat ze in beide situaties naar het toilet gaan, is voor hen minder duidelijk.

Kinderen met autisme kunnen anderzijds soms ook overgeneraliseren. Ze leggen dan een verkeerd verband door bepaalde details blijvend aan elkaar te koppelen. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat een kind met autisme na het drinken van zure melk, nooit meer melk wil drinken uit een blauw brik. Het kind legt dan een foutief verband tussen zure melk en een blauw brik.

Kinderen met autisme zoeken vaak veiligheid en voorspelbaarheid door zich vast te houden aan bepaalde regels die ze geleerd of ontdekt hebben. Omdat ze moeilijker de samenhang zien tussen situaties zoeken ze houvast in details of regels. Dit helpt hen om meer grip te krijgen op een omgeving die ze vaak niet of moeilijk begrijpen.

Het is erg helpend voor kinderen met autisme als iemand hen de context uitlegt of hen begeleidt in een voor hen moeilijke situatie. Net zoals bij een blindengeleidehond gaat het idealiter om iemand die je op een betrouwbare, rustige en vastberaden wijze naar de overkant brengt, zonder oordeel of verwijt.

Kinderen met autisme hebben nood aan een klimaat dat hen rust biedt. Een autismevriendelijk klimaat is een klimaat dat ze kennen en kunnen beheersen, waar hun eigen logica tot uiting komt en waar ze zich veilig voelen. Het is een omgeving waar wat van hen gevraagd wordt haalbaar, begrijpbaar en voorspelbaar is. Binnen de alsmaar complexere maatschappij met veel en sterk wisselende contexten is dat geen gemakkelijke opdracht.

null