Zintuiglijke verwerking
Informatie uit de omgeving, ook wel prikkels genoemd, wordt eerst en vooral door onze zintuigen waargenomen en verwerkt. De zintuiglijke verwerking gaat over het omgaan met deze prikkels of gewaarwordingen die zowel van buiten (bv. omgevingslawaai) als binnen (bv. pijn) het lichaam kunnen komen. Deze zintuiglijke verwerking verloopt opmerkelijk verschillend bij mensen met autisme.
Doorheen de dag worden onze zintuigen constant geprikkeld (geuren, geluiden, vormen, licht, kleuren, aanrakingen, smaken, …). De zintuigen zorgen ervoor dat wij in contact staan met de wereld. Onze zintuigen registreren de prikkels rondom ons en zetten deze om naar impulsen. Deze impulsen worden naar onze hersenen gestuurd waar ze verwerkt en beoordeeld worden. Vervolgens wordt beslist of er een reactie nodig is op de prikkels (bv. de oren afdekken bij te veel lawaai). Indien een reactie vereist is, worden impulsen naar onze spieren verstuurd. Indien alle prikkels door de hersenen zouden verwerkt worden, dan zouden we als mens overweldigd worden. Heel veel prikkels zijn immers niet relevant of overbodig. We merken deze prikkels dan ook vaak niet eens op.
Onze hersenen heeft de belangrijke taak om enkel de nodige prikkels toe te laten en te verwerken. Prikkels die niet relevant zijn worden er door onze hersenen meestal 'uitgefilterd'. We kunnen dit zien als een onbewust proces in de hersenen dat voortdurend actief is. Het voorkomt dat we alle informatie tegelijk binnenkrijgen, wat ons zou overspoelen. Op deze manier kunnen we belangrijke en onbelangrijke informatie van elkaar scheiden waardoor de verwerking van deze informatie sneller verloopt.
Bij mensen met autisme gebeurt het dat de hersenen er niet in slagen om belangrijke van onbelangrijke prikkels te scheiden. Het teveel aan prikkels moet vervolgens ook verwerkt worden, wat overweldigend kan zijn én veel tijd vraagt. Het kan gebeuren dat een kind met autisme zo overspoeld wordt door prikkels dat nieuwe prikkels niet meer verwerkt kunnen worden. Als dit gebeurt, lijken kinderen met autisme niet meer te reageren op hun omgeving (bv. niet reageren op hun naam).
Naast de prikkelverwerking, verloopt ook de informatieverwerking anders bij kinderen met autisme, wat eveneens zijn effect heeft op de zintuiglijke waarneming. We illustreren dit graag aan de hand van de begrippen: hypo- en hypergevoeligheid, gestaltwaarneming, gefragmenteerde waarneming en vertraagde waarneming.
Hypo- en hypergevoeligheid komen vaak voor bij kinderen met autisme. Hypergevoeligheid wil zeggen dat er overdreven of extra gevoelig gereageerd wordt op prikkels in vergelijking met mensen zonder autisme. Omgevingsgeluiden die door de meeste mensen niet als storend beschouwd worden, worden bijvoorbeeld door bepaalde mensen met autisme wel als storend ervaren. Deze hypergevoeligheid is overigens niet autisme-specifiek. Mensen zonder diagnose autisme kunnen eveneens gevoelig zijn aan bepaalde zintuiglijke ervaringen. De zintuiglijke verwerking verloopt erg verschillend van persoon tot persoon. Vaak zien we dat hypergevoeligheid méér voorkomt in momenten van verhoogde stress. Bij kinderen met autisme kan hypergevoeligheid een zeer grote invloed hebben op het dagelijks leven. Bepaalde prikkels (bv. geuren, geluiden, …) worden namelijk als zeer storend of zelfs pijnlijk ervaren. Wanneer je hypergevoelig bent, raak je ook sneller overprikkeld wat de spreekwoordelijke emmer doet overlopen.
Bij hypogevoeligheid spreken we van het te weinig of niet reageren op zintuiglijke prikkels. Zo kunnen kinderen met autisme bijvoorbeeld hypogevoelig zijn voor pijn of temperatuur. Ze lopen bijvoorbeeld in de sneeuw naar buiten zonder jas of lopen op blote voeten zonder te verpinken. Net zoals bij hypergevoeligheid, kan hypogevoeligheid optreden bij alle zintuigen. Het kan onder meer gaan over een sterke, onaangename geur die niet wordt opgemerkt, een geluid dat niet wordt gehoord, etc.
Het is geen zwart-wit verhaal. Het is niet zo dat je óf hypergevoelig óf hypogevoelig bent. Enerzijds kan dit tussen verschillende zintuigen sterk verschillen. Iemand kan hypergevoelig zijn voor lawaai en tegelijk hypogevoelig voor pijn. Anderzijds kan het ook binnen eenzelfde zintuig wisselen. Een voorbeeld hiervan is een kind dat beperkt gevoelig is voor pijn, maar wel veel hinder heeft van labels in kledij.
Ook gestaltwaarneming is een belangrijk aspect bij de verwerking van zintuiglijke prikkels. Het verwijst naar het verwerken van prikkels in functie van de context. Afhankelijk van de context, zullen bepaalde prikkels belangrijker zijn dan andere. Kinderen die problemen ondervinden met gestaltwaarneming kunnen moeilijk het onderscheid maken tussen informatie die op de voorgrond of op de achtergrond staat, tussen hoofd- en bijzaak. Onbelangrijke informatie wordt niet tegengehouden door de filter waardoor té veel informatie verwerkt moet worden.
We illustreren dit met een voorbeeld. Als je aan twee kinderen in de klas vraagt wat er bij hen binnenkomt, zouden mogelijke antwoorden kunnen zijn: de auto’s die buiten voorbij rijden, het water in de verwarming, de stem van de leerkracht in de klas ernaast, de klok die tikt, de ademhaling van de leerling naast hun, het parfum van de juf...
Bij een kind zonder autisme wordt onbelangrijke informatie weggefilterd en wordt enkel de belangrijkste informatie verwerkt (bv. de stem van de juf en misschien één andere prikkel). De ‘overbodige’ prikkels zullen door de hersenen als achtergrondinformatie beschouwd worden. Wanneer we aan hetzelfde kind de opdracht geven om te beschrijven wat er allemaal in de omgeving gebeurt, verandert de context en worden de omgevingsprikkels wel belangrijk. Bijgevolg zal ook deze informatie de aandacht krijgen. Zoals eerder omschreven werkt de filter bij kinderen met autisme anders. Alle informatie, zowel belangrijk als onbelangrijk, ongeacht de context, wordt makkelijker doorgelaten. Vaak is het voor kinderen zeer moeilijk om hier de belangrijkste informatie uit te halen. Schijnbaar onbelangrijke dingen kunnen door kinderen met autisme als belangrijk beschouwd worden. Voor omstaanders lijken ze te blijven hangen in onbelangrijke details. Doordat veel meer informatie verwerkt wordt, zien we dat kinderen met autisme vaker vermoeid of prikkelbaar kunnen zijn.
Ook de gefragmenteerde waarneming bij kinderen met autisme speelt mee bij de zintuiglijke waarneming. Zoals eerder beschreven, ervaren kinderen met autisme moeilijkheden om hun omgeving te zien als een geheel. Wanneer mensen met autisme overspoeld worden door een overvloed aan prikkels, is het voor hen vaak erg moeilijk om het totaalbeeld te zien. Mogelijks wordt vooral aandacht gegeven aan kleine fragmenten van deze informatiestroom die eerder een detail of een toevalligheid zijn. Hierdoor verliezen ze de context uit het oog en vertrekken ze vanuit een andere invalshoek.
Het vraagt veel tijd en energie om deze gefragmenteerde informatie in de juiste context te plaatsen. Dit kan als gevolg hebben dat kinderen met autisme angstig worden en de wereld als onveilig ervaren. Het rigide vasthouden aan details of routines helpt veel kinderen met autisme om zelf controle te houden. Voor de omgeving lijken dit details, maar voor hen zijn het belangrijke ankerpunten om de dag door te komen.
Tot slot staan we nog even stil bij het feit dat de waarneming bij personen met autisme vaak vertraagd is. We vergelijken de hersenen van een kind met autisme ook wel eens met een computer. We geven een opdracht aan de computer, bijvoorbeeld het downloaden van een programma. De computer zal alle programma’s opzoeken die hij nodig heeft om deze taak te volbrengen. Wanneer we teveel opdrachten in één keer geven zal de computer vertragen of zelfs blokkeren. Kinderen met autisme hebben meer tijd nodig om prikkels te ontvangen, te verwerken en erop te reageren. Dit maakt dat het zowel voor het kind als de omgeving soms moeilijk is om te blijven volgen. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat een kind dagen nadien een situatie of een gebeurtenis terug oprakelt, omdat het voor hem nog niet afgesloten is.